Op mijn vrije dag passeerde ik tijdens mijn wandeling door het prachtige dorp Ein Kerem een gebouw dat een synagoge bleek te zijn. De deur stond open en ik was welkom om binnen te komen. Er druppelde later nog wat dames binnen. De een wat religieuzer dan de ander, dat wil zeggen een dame las mee met de gebeden, een ander bood mij thee aan, drie jonge vrouwen zwegen en babbelden afwisselend. We pasten met z’n zessen net in het voorportaal, de deur naar het lokaal waar de mannen bijeen waren stond open.
De gezongen gebeden deden mij erg denken aan de gezangen die ik de afgelopen week tijdens de gebedstijden overal in Hebron hoor weerklinken. Dat die melodieën en techniek van zingen zoveel eeuwen bewaard zijn gebleven in beide godsdiensten is opmerkelijk. Niet alleen de melodie, eerder “ chant” te noemen, maar ook de kleding en de gebruiken komen o zo overeen. Twee broedervolken in oorlog met elkaar en desalniettemin zo gelijk, wat een drama.
Later op de dag, terug in Jeruzalem, was ik getuige van de wekelijkse demonstratie van religieuzen tegen het autorijden op de sjabbat. Dit keer zag ik de politie in actie niet tegen palestijnen maar tegen religieuzen. De demonstratie was een waanzinnig gebeuren: een pleidooi voor de heiliging van de sjabbat, terug naar de vereniging van kerk en staat. Nu, uren later is de politie nog in de weer in de wijk Mea Shearim waar deze mensen wonen en waar ik vanuit mijn hotelkamer zicht op heb.
Het was geen feest om vanmiddag door deze wijk te lopen. Op de westbank voel ik mij veiliger dan te midden van deze fanatieke bevolkingsgroep. Te weten dat ik niet meetel als medemens maar alleen maar als ongelovige wordt gezien die op geen enkele wijze respect verdient gaf een unheimisch gevoel. Ik werd zelfs uitgescholden door kinderen, terwijl ik volgens hun regels gekleed was en geen foto’s nam, kortom hun zeden respecteerde. Inmiddels raast het verkeer weer en dat moet gezegd: het was wel heerlijk om dat een dagje niet te hebben hoeven aanhoren!






